GIDS · BELASTING

Wat Slovenië kost: vijf schijven, een netto grondslag en een vast zorgbedrag

4 min lezen

Slovenië belast inkomen in vijf schijven, maar niet over je brutoloon: de grondslag is wat overblijft na de premies en de heffingskortingen. Daarnaast betaal je een vast bedrag per maand voor de zorg. Deze gids zet het op een rij, met het prijsniveau, de koopprijzen en wat wij niet konden nalezen.

Dit gaat over Slovenië.

Vijf schijven, maar niet over je brutoloon

De schijven voor 2026 staan niet in de wet zelf. De wet geeft de basisbedragen en draagt de minister van Financiën op ze elk jaar te indexeren; die geïndexeerde bedragen komen in een pravilnik in het staatsblad. Voor 2026 is dat het besluit van 12 december 2025.

Belangrijk: de schijven gaan over de netto jaargrondslag. Dat is je jaarinkomen ná aftrek van de sociale premies en ná de heffingskortingen, niet je brutoloon. Wie de percentages op zijn brutoloon loslaat, rekent te hoog.

BelastingOver de netto jaargrondslag
16 procenttot 9.721,43 euro
1.555,43 euro plus 26 procent over het meerderevan 9.721,43 tot 28.592,44 euro
6.461,89 euro plus 33 procent over het meerderevan 28.592,44 tot 57.184,88 euro
15.897,40 euro plus 39 procent over het meerderevan 57.184,88 tot 82.346,23 euro
25.710,33 euro plus 50 procent over het meerdereboven 82.346,23 euro

Bron: pravilnik van de minister van Financiën, Uradni list RS 104/2025 van 12 december 2025, gelezen 4 september 2026. Elk vast bedrag in de tabel volgt tot op de cent uit het percentage van de schijf eronder; wij hebben dat nagerekend.

De heffingskorting die de grondslag verlaagt

De algemene heffingskorting (splošna olajšava) is in 2026 5.551,93 euro per jaar. Het is een aftrek van de grondslag, niet van de belasting zelf. Wie een totaalinkomen van niet meer dan 17.766,18 euro heeft, krijgt daarbovenop een extra korting: 20.832,39 euro min 1,17259 maal het totaalinkomen. Die extra korting is het grootst bij een heel laag inkomen en loopt met elke verdiende euro af, tot precies nul op de drempel.

De voorwaarde zelf staat niet in het besluit maar in de wet. Het besluit stelt alleen het geïndexeerde bedrag en de formule vast.

Wat er van je loon af gaat

De premies gaan er eerst af, en pas daarna komt de belasting. Dit betaalt een werknemer, en dit betaalt zijn werkgever ernaast:

PremieWerknemerWerkgever
Pensioen en invaliditeit (PIZ)15,50 procent8,85 procent
Zorg6,36 procent6,56 procent
Ongevallen op het werkgeen0,53 procent
Ouderschapsverlof0,10 procent0,10 procent
Werkloosheid0,14 procent0,06 procent
Langdurige zorg (sinds 1 juli 2025)1 procent1 procent

Het staatsportaal drukt de optelling zelf als 22,10 procent voor de werknemer en 16,10 procent voor de werkgever. Let op: die tabel is voor het laatst gewijzigd in januari 2024 en telt de premie voor langdurige zorg van 1 juli 2025 dus niet mee. Een optelling mét die premie hebben wij nergens gedrukt gezien, dus die noemen wij niet als officieel cijfer.

De vaste zorgbijdrage die los staat van je inkomen

Bovenop de percentages komt de OZP, de verplichte zorgbijdrage. Dat is een vast bedrag per maand, geen percentage, en het verving op 1 januari 2024 de oude aanvullende zorgverzekering. In 2026 gaat het in twee stappen: 37,17 euro per maand tot en met februari, en 39,36 euro per maand vanaf maart tot en met februari 2027. Het bedrag wordt elk jaar per 1 maart aangepast.

Voor wie een laag inkomen heeft weegt dit zwaar: het bedrag is voor iedereen gelijk.

Het minimumloon en het prijsniveau

Het bruto minimumloon is in 2026 1.481,88 euro per maand, het hele kalenderjaar. Het jaar ervoor was het 1.277,72 euro. De minister stelt het vast na overleg met de sociale partners en publiceert het uiterlijk 31 januari in het staatsblad. De sprong tussen 2025 en 2026 is groot; wij dragen het cijfer zoals de instantie het drukt.

Eurostat zet het Sloveense prijsniveau voor huishoudconsumptie in 2024 op 90,2 tegen 100 voor de EU en 116,0 voor Nederland. Dat komt neer op ongeveer 78 procent van het Nederlandse niveau, maar die deling is van ons en niet van Eurostat. Per categorie loopt het uiteen: wonen inclusief energie 77,8 tegen 129,8, energie alleen 81,6 tegen 110,5, vervoer 87,6 tegen 112,9, recreatie en cultuur 95,4 tegen 112,4. Bij boodschappen is Slovenië niet goedkoper: 100,0 tegen 98,9 in Nederland.

Kopen kan, huren is een blinde vlek

Het kadaster geeft elk jaar een vastgoedmarktverslag uit. Over 2025: de mediane prijs van een bestaand appartement was landelijk 3.200 euro per vierkante meter, 280 euro hoger dan in 2024, en kwam daarmee voor het eerst boven 3.000 euro uit. Een huis met grond kostte landelijk 182.000 euro. In Ljubljana lag de appartementsprijs boven 5.000 euro per vierkante meter en kostte een huis 460.000 euro; aan de kust 4.810 euro per vierkante meter, in Maribor 2.670 en in Celje 2.660.

Een huurbedrag staat hier niet, en dat is geen slordigheid. Geen enkele Sloveense instantie publiceert op dit moment een actuele markthuur. Het laatste huurverslag van het kadaster ging over 2017. Het kadaster legt in zijn jaarverslag zelf uit waarom: particuliere verhuurders melden hun huurcontracten niet, of melden onrealistische bedragen. Wat de statistiekdienst wel kent is de neprofitna najemnina, een wettelijk vastgestelde huur voor sociale woningen, en dat is geen marktprijs.

Wanneer je Sloveens belastingplichtig bent

De belastingdienst noemt twee ingangen: een officieel ingeschreven vaste woonplaats in Slovenië, of meer dan 183 dagen aanwezigheid in een kalenderjaar. Wie zich vestigt, meldt zich met formulier DR-02 aan voor het belastingregister, voordat hij belastbaar inkomen ontvangt of belastbaar vermogen verwerft. Er hoort een vragenlijst bij over je inwonerstatus.

Wat wij niet konden nalezen

Drie dingen staan hier bewust niet. Ten eerste: wat het belastingverdrag met Nederland over AOW en pensioen zegt. Het verdrag is van 30 juni 2004 en in werking sinds 31 december 2005, en het Multilateraal Instrument werkt erin door sinds 1 januari 2020, maar de verdragstekst zelf en het overzicht van de Belastingdienst waren voor ons niet leesbaar. De Sloveense dienst zegt alleen in het algemeen dat de meeste verdragen pensioen in het woonland belasten, en dat is geen uitspraak over dit verdrag.

Ten tweede: de premiegrondslag voor zelfstandigen, met de minimum- en maximumbedragen. De belastingdienst publiceert die alleen in maandelijkse rekenbladen die wij niet hebben kunnen nalezen.

Ten derde: de gemeentelijke heffing voor het gebruik van bouwgrond. Elke gemeente stelt die zelf vast, en er is geen landelijk bedrag.

Deze gids komt van de redactie van IkVertrekUit.nl en heeft nog geen eigen controledatum: de uitleg als geheel is nog niet integraal nagelezen. De losse cijfers erin zijn wel bij hun instantie nagekeken; ze staan met de dag erbij in het bronnenregister.