GIDS · BELASTING

Wat Luxemburg kost: drieëntwintig schijven, drie klassen en het prijsniveau

5 min lezen

Luxemburg belast inkomen in drieëntwintig schijven en zet daar een opslag en een belastingklasse bovenop. De premies gaan er eerst af, en het minimumloon ligt hoog. Deze gids zet het op een rij, met de aangiftetermijn, wat het verdrag met Nederland over loon zegt en wat wij niet konden nalezen.

Dit gaat over Luxemburg.

Drieëntwintig schijven, van 0 tot 42 procent

De belastingdienst publiceert het basistarief zelf, geldig vanaf belastingjaar 2025. Het begint met 0 procent tot een belastbaar inkomen van 13.230 euro per jaar, loopt daarna in stappen van een of twee punten op, en eindigt met 42 procent boven 234.870 euro. Voor 2026 is er geen nieuw tarief: de nieuwsbrief van de dienst over de begrotingswet 2026 noemt alleen de herwaarderingscoëfficiënten en een belastingkrediet, en niets over de schijven.

TariefOver het belastbaar inkomen
0 procentvan 0 tot 13.230 euro
8 procentvan 13.230 tot 15.435 euro
9 procentvan 15.435 tot 17.640 euro
10 procentvan 17.640 tot 19.845 euro
11 procentvan 19.845 tot 22.050 euro
12 procentvan 22.050 tot 24.255 euro
14 procentvan 24.255 tot 26.550 euro
16 procentvan 26.550 tot 28.845 euro
18 procentvan 28.845 tot 31.140 euro
20 procentvan 31.140 tot 33.435 euro
22 procentvan 33.435 tot 35.730 euro
24 procentvan 35.730 tot 38.025 euro
26 procentvan 38.025 tot 40.320 euro
28 procentvan 40.320 tot 42.615 euro
30 procentvan 42.615 tot 44.910 euro
32 procentvan 44.910 tot 47.205 euro
34 procentvan 47.205 tot 49.500 euro
36 procentvan 49.500 tot 51.795 euro
38 procentvan 51.795 tot 54.090 euro
39 procentvan 54.090 tot 117.450 euro
40 procentvan 117.450 tot 176.160 euro
41 procentvan 176.160 tot 234.870 euro
42 procentboven 234.870 euro

Bron: Administration des contributions directes, tarif de base applicable aux personnes physiques, pagina van 17 januari 2025; alle rijen door ons opnieuw op de pagina nagelezen.

Dit is het tarief voor belastingklasse 1. Wie in klasse 2 valt, gezamenlijk belaste echtgenoten en partners, wordt over een andere grondslag aangeslagen; hoe dat precies werkt hebben wij niet bij de bron gelezen, en het staat hier dus niet.

De opslag voor het werkgelegenheidsfonds

Op de berekende belasting komt een opslag voor het fonds pour l'emploi: 7 procent van de belasting, en 9 procent boven een aangepast belastbaar inkomen van 150.000 euro in klasse 1 en 1a of 300.000 euro in klasse 2. Het is een opslag op de belasting en niet op het inkomen; wie hem bij het tarief optelt, rekent verkeerd.

Drie belastingklassen, en een hervorming in aantocht

Klasse 1 is voor wie niet in 1a of 2 valt. Klasse 1a is voor weduwen en weduwnaars, voor wie een belastingmatiging voor kinderen geniet en voor wie het 64e levensjaar heeft voltooid. Klasse 2 is voor gezamenlijk belaste echtgenoten en partners, en voor weduwen en weduwnaars in de 3 jaar na het overlijden. Op een tweede loonkaart houdt de werkgever forfaitair in: 33 procent in klasse 1, 21 procent in klasse 1a en 15 procent in klasse 2.

Er is een wetsvoorstel dat per 1 januari 2028 een enkele belastingklasse invoert. Het is een voorstel en geen wet; zolang de drie klassen gelden, dragen wij ze.

Wanneer je Luxemburgs belastingplichtig bent

Je bent inwoner als je je fiscale woonplaats of je gewone verblijf in Luxemburg hebt. De dienst omschrijft de woonplaats als een woning die je aanhoudt en gebruikt, en het gewone verblijf als een verblijf waaruit blijkt dat je niet slechts tijdelijk blijft. Een aantal dagen of maanden noemt de dienst op die pagina's niet, en dat noemen wij dus ook niet. Inwoners betalen over hun wereldinkomen; niet-inwoners alleen over hun Luxemburgse inkomen.

Aangifte tot 31 december

De aangifte over een jaar doe je uiterlijk 31 december van het jaar erna, en dat geldt voor inwoners en niet-inwoners. Over 2025 liep de indieningsperiode van 7 april 2026 tot 31 december 2026. Het formulier heet modèle 100. Wie te laat is kan een toeslag, vertragingsrente of een dwangsom krijgen. De datum 31 maart, die op veel pagina's rondgaat, staat nergens bij de dienst.

Premies: wat er van je brutoloon af gaat

De premies lopen via het CCSS, en de tabel voor 2026 van het CCSS geeft de totalen van werknemer en werkgever samen: ziekte 5,60 plus 0,50 procent, zorgafhankelijkheid 1,40 procent, pensioen 17 procent. Wie welk deel betaalt staat in het Code de la sécurité sociale.

  • De ziektepremie wordt in gelijke delen gedragen: 2,80 procent plus 0,25 procent voor jou.
  • De zorgafhankelijkheid is helemaal voor jou, met een vrijstelling van 692,83 euro per maand.
  • De pensioenpremie is voor 2026 tot 2032 vastgesteld op 25,5 procent in totaal. De staat draagt daarvan een derde; jij en je werkgever dragen elk een gelijk deel van de rest.

Dat is dus een derde voor jou; het getal zelf staat op geen gelezen pagina, en wie nog 8 procent leest, leest het cijfer van voor 2026.

De grondslag is minstens het minimumloon en hoogstens 13.856,63 euro per maand. Dat minimumloon is hoog naar Europese maat. Deze bedragen gelden per 1 juni 2026, na een indextranche:

  • Ongekwalificeerd: 2.771,33 euro per maand.
  • Gekwalificeerd: 3.325,59 euro per maand.
  • Voor jongeren van 17 tot 18 jaar: 2.217,06 euro; van 15 tot 17 jaar: 2.078,49 euro.

Stijgt de consumentenprijsindex in een halfjaar met 2,5 procent, dan gaan de lonen in dezelfde verhouding mee.

Impatriés: er is een regeling, de cijfers hebben wij niet

Sinds belastingjaar 2021 kunnen impatriés, werknemers die van buiten worden aangetrokken, onder voorwaarden een vrijstelling krijgen voor bepaalde kosten en voordelen die de werkgever draagt, uiterlijk tot het einde van het 8e belastingjaar na dat van de indiensttreding. De regeling is per 2025 gemoderniseerd, maar de nieuwe parameters, zoals een vrijstellingspercentage of een looneis, staan op geen leesbare pagina van de dienst: de wettekst zit achter een portaal dat voor ons niet te openen was. Wat je online aan percentages ziet, komt dus niet van de dienst zelf, en wij dragen het niet.

Loon uit Luxemburg en het verdrag met Nederland

Het verdrag dateert van 8 mei 1968, met protocollen van 1990 en 2009 en de wijzigingen van het multilaterale instrument. Loon uit dienstbetrekking staat in artikel 16: belastbaar in de woonstaat, tenzij het werk in de andere staat wordt uitgeoefend, en dan toch in de woonstaat als je daar niet meer dan 183 dagen in het belastingjaar verblijft en aan twee andere voorwaarden voldoet. Wie in Luxemburg woont en werkt, betaalt dus in Luxemburg.

Een thuiswerkregeling, zoals Luxemburg met België, Duitsland en Frankrijk heeft, bestaat met Nederland niet: de synthesetekst zwijgt erover en de pagina van de dienst over telewerk noemt alleen die drie landen. Het pensioenartikel hebben wij niet gelezen; wat het verdrag over AOW en pensioen zegt staat hier daarom niet.

Prijsniveau: wat Eurostat meet

Eurostat meet elk jaar het prijsniveau van wat huishoudens uitgeven, met de EU op 100. Luxemburg stond in 2025 op 131,5; Nederland stond in dezelfde reeks op 115,6. Per categorie is het verschil ongelijk verdeeld, en bij energie en vervoer valt het de andere kant op uit.

CategorieLuxemburgNederland
Wonen181,9134,2
Voeding122,499,4
Recreatie120,1112,7
Energie89,2114,4
Vervoer99,6112,2

Die verhoudingen zitten in onze kostencalculator, per categorie. Het zijn landelijke gemiddelden; een index zegt niets over wat jouw woning in jouw gemeente kost.

Wonen: wat er wel is en wat wij niet dragen

Het Observatoire de l'habitat van het ministerie van Huisvesting publiceert samen met STATEC koopprijzen per gemeente en advertentiehuren per gemeente, maar als rekenbladen op het open-dataportaal en niet als leesbare tabel. De huren zijn bovendien advertentiehuren uit de pers en een woningportaal, geen contracthuren. Per kanton bestaat er geen tabel. Wij dragen daarom geen huur- of koopcijfer; zodra wij de rekenbladen bij de bron hebben gelezen komen ze in het landendossier.

Deze gids komt van de redactie van IkVertrekUit.nl en heeft nog geen eigen controledatum: de uitleg als geheel is nog niet integraal nagelezen. De losse cijfers erin zijn wel bij hun instantie nagekeken; ze staan met de dag erbij in het bronnenregister.