GIDS · PAPIERWERK MET NEDERLAND
Waarom mensen terugkeren na emigratie, en wat je vooraf regelt
Wie terugkeert na emigratie doet dat zelden om het geld, zegt het onderzoek dat er is. Bij Nederlandse gepensioneerden in het buitenland staan de eigen gezondheid, de kinderen en de partner bovenaan; bij Duitsers die vertrokken en tussen de twintig en zeventig waren is een partner uit het nieuwe land een zwaardere reden om te blijven dan werk. Deze gids zet het onderzoek op een rij, met bron, en vertaalt het naar drie vragen die je vooraf stelt.
Terugkeer is geen mislukking
Over emigreren is alles te vinden, over teruggaan bijna niets, en wat er wel over staat is meestal een mening: dat de meeste mensen terugkomen omdat het geld op is, of omdat het toch niet was wat ze zochten. Wij hebben gekeken wat er werkelijk over is onderzocht, bij de instituten zelf. Dat is minder dan je zou verwachten, en het zegt iets anders dan de mening.
Het eerste wat opvalt: veel vertrek is van tevoren zo bedoeld. Een detachering, een studie, een paar jaar ervaring opdoen, sparen en terug. De OESO schrijft in haar studie over terugkeermigratie dat een groot deel van de migranten het land van aankomst binnen een paar jaar weer verlaat, terug naar huis of door naar een derde land, en dat je dat niet mag lezen als een percentage mislukte emigraties. Wie na drie jaar teruggaat omdat het plan drie jaar was, is niet mislukt. Deze gids gaat over de mensen die het anders hadden bedoeld, en over wat het onderzoek zegt over waarom zij toch teruggaan.
Wat Nederlandse pensioenmigranten zelf zeggen
Het Nederlandse onderzoek dat hierover bestaat komt van het NIDI, het demografisch instituut van de KNAW, samen met de Rijksuniversiteit Groningen. Het ondervroeg in 2021 Nederlandse gepensioneerden in het buitenland, op dat moment tussen de 66 en 90 jaar oud, en publiceerde de uitkomsten in september 2024 in het blad Demos.
Driekwart van hen acht het onwaarschijnlijk ooit terug te keren naar Nederland. Van wie het wel overweegt, wil 20 procent dat binnen drie jaar. En gevraagd naar wat een reden zou kunnen zijn om terug te verhuizen, noemen zij dit:
| Mogelijke reden om terug te verhuizen | Noemt het |
|---|---|
| Eigen gezondheid | 59 procent |
| Kinderen in Nederland | 37 procent |
| Gezondheid van de partner | 36 procent |
| Kleinkinderen in Nederland | 30 procent |
| Wegvallen van de partner door scheiding of overlijden | 30 procent |
| Financiële redenen | 6 procent |
Bron: NIDI-KNAW en Rijksuniversiteit Groningen, Demos jaargang 40 nummer 8, september 2024, Juul Spaan. Meerdere antwoorden mogelijk.
Geld staat dus onderaan, met afstand. Wat bovenaan staat is wat je niet plant: je eigen lichaam, dat van je partner, en kinderen en kleinkinderen op een afstand die opeens te groot voelt. Dit onderzoek gaat over gepensioneerden; voor wie op zijn veertigste met een gezin vertrekt gelden andere accenten. Maar het patroon dat gezondheid en familie zwaarder wegen dan geld komt in de andere onderzoeken terug.
Wat Duitse emigranten van twintig tot zeventig zeggen
Voor werkende emigranten is er een goed vergelijkbaar Duits onderzoek: het GERPS-onderzoek van het Bundesinstitut für Bevölkerungsforschung volgde Duitse staatsburgers van 20 tot 70 jaar kort na hun vertrek, gemiddeld twaalf maanden na aankomst, uit het bevolkingsregister geworven en dus zonder de vertekening van een oproep op internet. In het hoofdstuk Settlement or Return? uit 2021 rapporteren de onderzoekers over 3.554 personen.
Van hen wil 49,9 procent na een aantal jaren terug naar Duitsland, 27,9 procent weet het nog niet en 22,2 procent wil blijven. Van de groep die terug wil, verwacht 84,5 procent dat binnen vijf jaar te doen. Dat zijn voornemens, gemeten in het eerste jaar, en geen gedrag; maar ze laten zien hoe vaak vertrek van meet af aan tijdelijk is bedoeld.
Wat in dat onderzoek zwaarder weegt dan werk, is de partner. Wie een partner uit het nieuwe land heeft, wil in 33,0 procent van de gevallen blijven, ruim twee keer zo vaak als bij andere samenlevingsvormen. Vrienden en familie ter plaatse werken dezelfde kant op. Werkloos zijn op zichzelf voorspelde terugkeer niet overtuigend; niet werken wel. Het verschil is klein op papier en groot in het echt: wie geen werk heeft maar wel iets doet, blijft vaker dan wie thuiszit.
Bron: Andreas Ette, Lenore Sauer en Margit Fauser, Settlement or Return? The Intended Permanence of Emigration from Germany across the Life Course, in The Global Lives of German Migrants (IMISCOE, Springer, 2021, open access).
Drie vragen die het verschil maken
Uit deze onderzoeken samen komt een simpel schema, dat wij hier overnemen omdat het klopt met wat wij bij lezers zien. Terugkeer hangt aan drie vragen, en geld zit maar in een ervan.
Kan ik blijven? Inkomen, werk, wonen, belasting, zorg en verblijfsrecht. Dit is de vraag waar deze site de meeste pagina's over heeft: de kostencalculator, de kostengids per land en de zorggids per land. Geld bepaalt of blijven haalbaar is; het bepaalt zelden waar je heen gaat als het niet meer haalbaar is.
Kan ik hier thuis raken? Taal, vrienden, een gemeenschap, en de eenzaamheid die op elke emigratie wacht en waarover in de veelgestelde vragen apart staat geschreven. In het Duitse onderzoek voorspelt dit blijven beter dan werk.
Waar moet ik nu zijn? Een partner, kinderen, ouders die zorg nodig hebben, je eigen gezondheid, je pensioen. Dit is de vraag die in het Nederlandse onderzoek bovenaan staat, en het is de vraag die je vooraf moeilijk kunt beantwoorden. Wat je wel kunt doen: hem stellen voordat je vertrekt, met de mensen om wie het gaat, en afspreken wat je doet als het antwoord verandert.
Praktisch betekent dat: neem in je checklist niet alleen de papieren op maar ook deze drie gesprekken, en zet in je cockpit een datum om ze na een half jaar en na een jaar opnieuw te voeren.
Wat wij hier niet beweren
Drie zinnen die je elders leest en die wij niet opschrijven, omdat er geen onderzoek onder ligt. Dat de meeste emigranten terugkeren door geldproblemen: het Nederlandse onderzoek zegt het tegendeel en het Duitse vindt werkloosheid geen sterke voorspeller. Dat een vast percentage van de Nederlandse emigraties mislukt: niemand meet dat, en een vertrekpercentage is geen mislukkingspercentage. En dat werken op afstand terugkeer voorkomt: het maakt je minder afhankelijk van de lokale arbeidsmarkt, maar het onderzoek naar inbedding wijst juist op vrienden, taal en een partner ter plaatse, en wie de hele dag voor een Nederlands scherm zit bouwt die niet vanzelf op.
Wat wij ook niet dragen: het OESO-cijfer over hoeveel migranten binnen vijf jaar weer vertrekken. Het staat in ons register als weglating met reden: het gaat over alle immigranten in de OESO-landen in de jaren voor 2008, niet over Nederlanders die nu vertrekken.
Als je toch teruggaat
Dan begint dezelfde administratie in omgekeerde richting, en daar hebben wij twee gidsen voor: de eerste maanden terug in Nederland, met de vier dingen die een termijn hebben, en je buitenlandse rijbewijs omwisselen. En wie teruggaat omdat de eerste vraag hierboven niet meer klopte, verdient hetzelfde als wie vertrekt: feiten, geen oordeel.
Deze gids is nagelezen in door de redactie van IkVertrekUit.nl. Wat er toen is nagekeken staat met de instantie erbij in het bronnenregister.