GIDS · KOSTEN VAN LEVENSONDERHOUD
Kosten van levensonderhoud in Canada: huur, stroom en de rekening bij de kassa
Canada is geen land met een prijspeil. Het zijn dertien prijspeilen onder een vlag. Een tweekamerappartement kost in Vancouver 2.363 Canadese dollar en in Montreal 1.346, en dezelfde duizend kilowattuur stroom kost in Calgary bijna drie keer zoveel als in Montreal. Deze gids zet de cijfers van Statistics Canada, de CMHC en de belastingdienst naast elkaar, met de peildatum erbij, want een gemiddelde zonder periode zegt niets.
Dit gaat over Canada.
Wat een huishouden uitgeeft
Een Canadees huishouden gaf in 2023 gemiddeld 76.750 Canadese dollar uit aan goederen en diensten. Daarvan ging 32,1 procent naar wonen, 15,8 procent naar vervoer en 15,7 procent naar voedsel. In bedragen: 12.046 Canadese dollar aan eten, waarvan 8.659 in de winkel en 3.351 in restaurants, en 12.090 aan vervoer.
Het verschil tussen huren en kopen zit niet in de gewoonte maar in de rekening. Huurders gaven 18.333 Canadese dollar per jaar aan wonen uit, huiseigenaren 27.831. Binnen die tweede groep loopt het ver uiteen: wie zijn hypotheek heeft afbetaald kwam uit op 13.750 Canadese dollar, wie er nog een had op 38.718.
Daar staat een inkomen tegenover. Het mediane besteedbare inkomen van gezinnen en alleenstaanden was in 2023 74.200 Canadese dollar, tegen 68.700 aan marktinkomen. Per provincie loopt dat uiteen van 88.500 Canadese dollar in Alberta en 78.600 in Ontario tot 62.900 in Nova Scotia en 62.700 in New Brunswick.
Per provincie is die woonlast heel verschillend. In Ontario gaven huishoudens in 2023 het meeste uit aan wonen: 29.312 Canadese dollar, en dat was 35,8 procent van alles wat zij consumeerden. Brits-Columbia volgde met 28.739 dollar en 34,8 procent. Het landelijke gemiddelde in diezelfde reeks is 32,1 procent.
Alle bedragen in deze paragraaf gaan over 2023. Statistics Canada is voor deze reeks nog niet verder dan 2023; een cijfer over 2024 of 2025 stond er bij het nalezen niet.
Huren: zes steden, twee werelden
De CMHC, de woningdienst van de rijksoverheid, peilt elk jaar in oktober de huren in de gereguleerde huursector. De peiling van oktober 2025 komt landelijk uit op 1.550 Canadese dollar voor een appartement met twee slaapkamers, 5,1 procent hoger dan een jaar eerder.
Per stad, zelfde peiling, zelfde soort woning:
- Vancouver 2.363 Canadese dollar
- Greater Toronto Area 2.034 Canadese dollar
- Calgary 1.914 Canadese dollar
- Halifax 1.654 Canadese dollar
- Montreal 1.346 Canadese dollar
Vancouver ligt daarmee 76 procent boven Montreal. Dat is onze eigen deling van twee bedragen uit dezelfde peiling en geen cijfer van de CMHC zelf.
De leegstand in die sector steeg naar 3,1 procent, van 2,2 procent in 2024. Een hogere leegstand betekent meer keuze bij het zoeken, niet automatisch een lagere huur.
Let op wat dit cijfer is: het gemiddelde van bestaande huurcontracten in gereguleerde huurgebouwen. Wat jij als nieuwkomer op een vrijkomende woning betaalt ligt daar in de regel boven, want die contracten zijn ouder. De CMHC publiceert geen mediane huur per stad, alleen het gemiddelde, en wij hebben die mediaan nergens anders bij een overheidsbron gevonden.
Stroom, en waarom je rekening met de provincie verschuift
Elektriciteit is in Canada provinciaal geregeld, en het verschil is geen paar procent. Hydro-Quebec, het staatsbedrijf van Quebec, vergelijkt elk jaar de tarieven van de grote steden. Bij een huishoudelijk verbruik van 1.000 kilowattuur per maand, tarieven van kracht op 1 april 2025:
- Montreal 8,29 cent per kilowattuur, oftewel 82,90 Canadese dollar per maand
- Vancouver 12,60 cent, oftewel 126,02 Canadese dollar
- Toronto 15,57 cent, oftewel 155,69 Canadese dollar
- Halifax 20,48 cent, oftewel 204,78 Canadese dollar
- Calgary 22,90 cent, oftewel 229,04 Canadese dollar
Calgary ligt daarmee op bijna het drievoudige van Montreal voor dezelfde stroom. Dat is onze eigen deling van twee bedragen uit dezelfde vergelijking.
De bron is het staatsbedrijf van Quebec, en Quebec staat in zijn eigen vergelijking onderaan de reeks. Dat schrijven wij er liever bij. De opzet is wel navolgbaar: hetzelfde verbruik, dezelfde datum, per stad de tarieven van de plaatselijke leverancier.
In Ontario stelt de toezichthouder de tarieven vast. Vanaf 1 november 2025 geldt bij het tijdgebonden tarief 9,8 cent per kilowattuur in het dal, 15,7 cent overdag en 20,3 cent in de piek; bij het staffeltarief 12,0 cent in de eerste staffel en 14,2 cent daarboven.
Benzine en inflatie
De gemiddelde prijs voor gewone benzine inclusief belastingen was op 28 augustus 2026 179,1 cent per liter. Per stad op dezelfde dag: Calgary 154,7 cent, Toronto 177,1 cent en Halifax 188,5 cent.
De consumentenprijsindex stond in juli 2026 op 3,0 procent hoger dan een jaar eerder. Zonder benzine was dat 2,2 procent; benzine zelf lag 25,7 procent hoger dan in juli 2025. Voedsel uit de winkel steeg met 3,1 procent.
Dat verschil tussen 3,0 en 2,2 is de moeite van het onthouden waard als je gaat rekenen. Wie in Canada zonder auto kan wonen voelt de inflatie anders dan wie elke dag rijdt.
De prijs op het schap is niet de prijs bij de kassa
Canada rekent de omzetbelasting er pas bij af. Wat er op het prijskaartje staat is het bedrag zonder belasting, en dat schrikt in de eerste week.
De rijksbelasting GST is 5 procent. Sommige provincies voegen die samen met hun eigen belasting tot een gecombineerd tarief, andere heffen er los een provinciale belasting bovenop:
- Gecombineerd: Ontario 13 procent, Nova Scotia 14 procent, New Brunswick, Newfoundland and Labrador en Prince Edward Island elk 15 procent
- Rijksbelasting plus provinciale belasting: Quebec 5 en 9,975 procent, British Columbia 5 en 7, Manitoba 5 en 7, Saskatchewan 5 en 6
- Alleen de rijksbelasting van 5 procent: Alberta, Yukon, Northwest Territories en Nunavut
Nova Scotia verlaagde zijn gecombineerde tarief per 1 april 2025 van 15 naar 14 procent.
Op een boodschappenmandje van 100 Canadese dollar scheelt dat tussen Alberta en Prince Edward Island tien dollar aan de kassa.
Minimumloon per provincie
Er is geen Canadees minimumloon. Er is een rijkstarief voor de sectoren die onder de rijksoverheid vallen, en verder stelt elke provincie zijn eigen bedrag vast, op zijn eigen datum.
Het rijkstarief is 18,15 Canadese dollar per uur vanaf 1 april 2026. Wat wij per provincie bij de provincie zelf hebben nagelezen:
- British Columbia 18,25 Canadese dollar vanaf 1 juni 2026
- Ontario 17,60 Canadese dollar tot en met 30 september 2026, daarna 17,95
- Prince Edward Island 17,00 Canadese dollar vanaf 1 april 2026
- Nova Scotia 16,75 Canadese dollar vanaf 1 april 2026, en 17,00 vanaf 1 oktober 2026
- Quebec 16,60 Canadese dollar vanaf 1 mei 2026
- Manitoba 16,00 Canadese dollar vanaf 1 oktober 2025
- Alberta 15,00 Canadese dollar
Saskatchewan, New Brunswick, Newfoundland and Labrador en de drie territoria staan hier niet, en dat is geen slordigheid. De rijksoverheid houdt een databank bij met alle tarieven, maar die stond op verouderde bedragen: voor Ontario noemde hij 16,55 Canadese dollar met een ingangsdatum uit 2023, terwijl Ontario zelf 17,60 publiceert. Een verouderde tabel is erger dan geen tabel, dus wij hebben hem niet gebruikt. De eigen pagina's van de vier ontbrekende provincies en de territoria waren voor ons niet te openen. Zodra dat opengaat vullen wij ze aan.
Deze gids komt van de redactie van IkVertrekUit.nl en heeft nog geen eigen controledatum: de uitleg als geheel is nog niet integraal nagelezen. De losse cijfers erin zijn wel bij hun instantie nagekeken; ze staan met de dag erbij in het bronnenregister.